
Toen Knoet de Grote in 1016 tot koning van Engeland werd gekroond, werd hij een van de machtigste heersers van Europa. Zijn ‘Noordzeerijk’ omvatte Engeland, Denemarken, Noorwegen en delen van Zweden – maar markeerde ook het einde van de Vikingdynastie.
Aan de hand van de beroemde Vikingkoning en zijn voorouders schetst dit boek de opkomst en ondergang van de Vikingmaatschappij. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, werd die niet enkel gekarakteriseerd door plunderingen, rooftochten en Noorse goden. Onder Knoet werden juist diplomatie, belastingheffing en het christendom beslissend. Zo biedt Het laatste Vikingrijk een nieuw perspectief op de woelige overgang tussen het Vikingtijdperk en de Middeleeuwen – een periode waarin de machtsverhoudingen in Europa opnieuw werden bepaald.