Een wervelende en bijzonder toegankelijke poëziebundel die danst tussen het aardse en het heilige, tussen klein geluk en groot verlangen.
Een wervelende en bijzonder toegankelijke poëziebundel die danst tussen het aardse en het heilige, tussen klein geluk en groot verlangen. De gedichten zijn rauw en teder, brutaal en devoot, altijd gedragen door een feilloos oor voor taal, ritme en herinnering. De dichter schuwt niets: legt emoties messcherp op tafel, ziet de ironie van goddelijke poëzie tussen kak en pis, maar knielt eerbiedig bij een geboorte onder de sterren. Woede en troost, verlangen en verlies vloeien samen in krachtige beelden die blijven hangen. Altijd klinkt de vraag: waar schuilt vrede – in een kind, een woord, een herinnering, een sneeuwvlok?