Joubert Pignon over zijn schrijverschap: ‘Ik word steeds beter in het acteren van een echte schrijver’
Ik ben een schrijver, geloof ik. Of ik doe alsof, dat weet ik nog niet. Ik heb een boek geschreven dat Er gebeurde o.a niets heet. Ik had verwacht dat er vijfhonderd exemplaren verkocht zouden worden, maar het werden er meer. Het gaat me niet om de verkoop. Ik hoop dat de uitgeverij genoeg verdient aan mijn boek om een kleine winst te maken. Zelf wil ik net genoeg verdienen om nog even in leven te blijven. Een uitgeverij steekt enorm veel moeite in een boek, heb ik gemerkt. Meer dan ik. Ik hoef niet veel te doen om een boek te schrijven: in leven blijven en om me heen kijken is genoeg. Het zwaarste aan schrijven is een Word-document openen. Het beginnen.
Mijn vriend L.H. Wiener schrijft ‘om niet anoniem te passeren’. Prima, maar of dit mijn reden is weet ik niet. Menselijke hoofden zijn op een manier ingericht dat we, ze, altijd verhaaltjes, van alles, maken. Constructies achteraf. Mensen, we, weten niet waarom ze, we, dingen doen. We doen ze. Achteraf bedenken we er een verhaaltje, een constructie, bij. Zelf denk ik, heb ik verzonnen, dat ik schrijf om te winnen van de realiteit. Ik ben een kleine, trage denker. De realiteit gaat vaak aan mij voorbij. Door achteraf te schrijven over de realiteit, die niet meer bestaat, en een ooit bestaande realiteit te beschrijven kom je, ik, komen we, als overwinnaar uit de strijd.
Ik schrijf dit laatste met de grootste zorgvuldigheid en een glimlach.
Ik heb mijn tweede boek net geschreven. Het heeft tweeëndertig werktitels. De voorlopige werktitel is: 32 Werktitels. Het is een ander boek geworden dan mijn eerste, ik wil me per boek uitvinden als schrijver. Ik wil ontdekken wat ik allemaal kan. Voor mijn derde boek behandel ik mezelf als onwillig personage. Het wordt een reisboek. Ik stuur mezelf op reis. Ik blijf het liefste thuis.
Voor mijn tweede boek heb ik subsidie aangevraagd bij het Letterenfonds. Ik heb de subsidie niet gekregen. Jammer, ik had de tienduizend euro goed kunnen gebruiken. Ik werk tegenwoordig als postbode. Ik heb de afwijzingsbrief van het Fonds zelf bezorgd en in mijn brievenbus gestopt. Om tienduizend euro te verdienen moet ik elfduizend uur post bezorgen. Dat ik de afwijzingsbrief, waardoor ik als postbode zal moeten blijven werken, zelf heb bezorgd is natuurlijk hartstikke literair. Minder literair was dat de brief van het Letterenfonds vijftien schrijffouten bevatte. Dat ik dat hier nu vermeld, maakt me niet alleen een kleine wraakzuchtige man, maar ook een ontevreden schrijver. Ontevredenheid is een eigenschap die tot het karakterologische pakket van de schrijver hoort. Ik word steeds beter in het doen alsof ik een echte schrijver ben.


