‘De oorlog tegemoet’: interview met Lodewijk Petram | Maand van de geschiedenis

Tijdens de Maand van de Geschiedenis publiceren wij regelmatig interviews over geschiedenisboeken. Lees alvast het interview met Lodewijk Petram over het boek dat hij samen met Samuël Kruizinga schreef: De oorlog tegemoet. Hierin volgen ze Nederlandse strijders voor, tijdens en na de Spaanse Burgeroorlog. Over de motivatie van de strijders, de kille ontvangst die hen bij terugkeer wachtte en hun moeizame weg naar eerherstel.

Door: Siard Nicolaï

Wat heeft jullie er toe gebracht om over dit onderwerp een boek te schijven?
Toen wij begonnen waren de Syriëgangers veel in het nieuws. Dat was voor ons een aanleiding om hier in te duiken, die historische parallel is interessant. En er was zulk bijzonder archiefmateriaal hierover beschikbaar, we konden heel dicht op de huid van deze Spanjegangers zitten.

Waren de Nederlandse Spanjestrijders idealisten, of waren het mensen die hier in Nederland niet zo geslaagd waren en wel toe waren aan een avontuurtje ?
Wanneer je zoals wij in ons boek doen inzoomt op specifieke gevallen zie je dat het echt een mix is. Zo zaten er beslist idealisten tussen, mensen die daar volledig uit eigen beweging naar toe gingen omdat zij dachten: het gaat mis in Europa. Italië en Duitsland waren al ten prooi gevallen aan het fascisme en nu leek Spanje ook die richting op te gaan. Aan de andere kant zaten er ook mensen tussen die in Nederland weinig perspectief hadden; in de jaren dertig van de vorige eeuw woedde natuurlijk een van de zwaarste  economische crises ooit. De werkloosheid was dramatisch hoog. In ons boek komen jongens voorbij die direct na de basisschool moesten beginnen met werken en die op hun achttiende weer op straat werden gezet omdat er weer jongere dus goedkopere werknemers klaarstonden om hen te vervangen.

En: de CPN (de Communistische Partij Nederland) speelde hier op in. Zij propageerden de boodschap dat je in Spanje écht verschil kon maken, dat je daar de loop van de geschiedenis kon beïnvloeden.

Hoe terecht was dan de Hollandse verkettering van deze Spanjegangers?
Helemaal niet terecht. Door de toenmalige regering Colijn werden ze allemaal afgeschilderd als ‘activisten van de daad’, terroristen dus. Ze zouden daar in Spanje en bij terugkeer hier in Nederland gewapenderhand een communistisch regime willen installeren, en allemaal aan de leiband van Stalin lopen. De werkelijkheid is veel genuanceerder.

Wat vind je van hoe er nu tegen de Syriëgangers aan wordt gekeken? Zie je een verband met de Spanjegangers?
Ik merk dat de Syriëgangers nu ook gezien worden als uniforme groep terwijl dat ook genuanceerder ligt. Zeker: er zijn genoeg voorbeelden te geven van zware extremisten, terroristen. Maar er zijn ook vrouwen en kinderen bij die daar misschien helemaal niet uit vrije wil heen zijn gegaan, maar die nu nog wel vastzitten in Koerdische kampen. Ik begrijp dat het natuurlijk het makkelijkst en veiligst is om iedereen aan te merken als extreme terrorist, dan heb je reden om ze hier weg te houden. Maar ik vind dat er echt per geval moet worden gekeken. En als er niet een evidente reden is om iemand een tweede kans te misgunnen dan moet die tweede kans ook zeker niet misgund worden.

Als jij zelf had mogen kiezen in welke tijd je was geboren, welke tijdsperiode zou je dan kiezen?
Ik ben eigenlijk heel blij dat ik in deze tijd geboren ben. Ik heb ook onderzoek gedaan naar Amsterdam in de Gouden Eeuw en dan valt mij toch vooral op hoe ellendig al die mensen het hadden. Er was een enorme kindersterfte en je kon vreselijke pijn lijden en overlijden aan alleen al een gaatje in je kies omdat de medische wetenschap van zoveel aandoeningen nog zo weinig begreep.

Maar als ik zonder zelf gevaar te lopen ergens in de geschiedenis een kijkje kon nemen, dan zou ik zeker het meest benieuwd zijn naar Amsterdam zo rond 1640.

 

Fragment uit De oorlog tegemoet

Toen kwam de marsorder om op te rukken naar Gandesa, ruim 20 kilometer ten zuidwesten van Ascó. Er hadden zich Nationalisten in deze plaats verschanst en de Nederlandse compagnie kreeg opdracht mee te werken aan een Republikeinse omsingeling. Er was haast bij en dus werd er ook overdag gemarcheerd, in het volle zicht van vijandelijke vliegtuigen. De mannen wisten wat ze moesten doen in het geval van een aanval vanuit de lucht: proberen dekking te zoeken, liefst op een verscholen plek, en plat op de grond gaan liggen, met het hoofd tussen de benen van een kameraad, om zo goed mogelijk beschermd te zijn tegen bomscherven. Toen er onderweg naar Gandesa Duitse vliegtuigen in beeld kwamen, zochten de mannen van ‘De Zeven Provinciën’ aan weerszijden van de weg een goed heenkomen. Frans Oord herinnerde zich bijna een halve eeuw later haarscherp hoe hij in dekking lag naast zijn vriend Fons Derks, een Vlaamse Spanjestrijder. Vlakbij sloeg een bom in en een scherf trof Fons in het hoofd. Oord zag het gebeuren en schreeuwde dat ze eerst moesten wachten of er nog meer vliegtuigen zouden komen en dat hij hem daarna naar een hospik zou brengen. Fons kon nog enkele woorden uitbrengen toen Oord hem even later wegsleepte. Hij werd direct overgebracht naar een hospitaal, maar zijn behandeling mocht niet meer baten: ’s nachts zou hij overlijden. Later zou Frans Oord zijn zoon vernoemen naar de Vlaming met wie hij samen de loopgraafmortier had bediend.

Deze aanval vanuit de lucht viel in het niet bij wat ‘De Zeven Provinciën’ in de volgende dagen te wachten stond. Vlak voor Gandesa kreeg de compagnie orders een heuvel in te nemen. Nauwelijks hieraan begonnen werd zij al van drie kanten met machinegeweren onder vuur genomen. Laros trok zijn mannen terug en vroeg om versterking. Een compagnie met voornamelijk Scandinaviërs kwam om dekking te verlenen, en samen werd een tweede poging voorbereid. Daar waren ze nog lang niet mee klaar toen ze alweer werden beschoten, en nu niet alleen vanaf de heuvel.

Piet Laros twijfelde kort, maar schreeuwde toen: ‘Zeven Provinciën, niet terug!’ Een halfuur later, toen het gevecht even luwde, waren acht van zijn mannen gesneuveld en nog eens drieëndertig gewond geraakt. En weer vielen de Nationalisten aan. De toon van het verslag van Gerard Vanter wordt hier weer onvervalst heroïsch: ‘De machinegeweren dampen. “De Zeven Provinciën” wijkt niet terug! De vijand wil hier doorbreken, ten koste van alles hier de omsingeling breken, een tegenaanval op grote schaal doen. Maar hier staan de Hollanders van “De Zeven Provinciën”! No pasarán!’

De aanvallen van de Nationalisten, die ook ’s nachts doorgingen, eisten een hoge tol. In de ochtend van zaterdag 30 juli 1938 was het dodental de tachtig genaderd, schrijft Vanter. ‘Maar “De Zeven Provinciën” wijkt niet terug. […] Rondom liggen de doden, de gewonden. Neergeveld, met het gezicht naar de vijand! […] Hier verdiende de roemrijke compagnie de gouden medaille van de Spaanse regering. No pasarán! No pasarán!’

Twee dagen later, de compagnie telde inmiddels nog maar drieënveertig leden die gevechtsklaar waren, kwam er eindelijk weer eens goed nieuws: er waren Republikeinse tanks in aantocht, vijf stuks, van Russische makelij. Maar ook met hulp van deze tanks lukte het niet de heuvel in te nemen en de Nationalisten te verdrijven. Weer sneuvelden er zeven mannen. En terwijl Piet Laros door zijn verrekijker het terrein probeerde te overzien, werd hij zelf geraakt door een pistoolschot. De kogel doorboorde zijn onderarm. Na eerst zelf het ergste bloeden te hebben gestelpt werd hij achter de vuurlinie verder verpleegd. Daar dicteerde hij een briefje aan de commandant van de XI Internationale Brigade: ‘Ik geloof niet, dat de kameraden het hier kunnen houden, ze kunnen niet meer, ik heb er een te pakken.’ Zo eindigde voor de Nederlandse compagnie de slag om de Ebro.

 

Over de schrijvers:

Lodewijk Petram (1981) is econoom en historicus. Hij schreef De bakermat van de beurs, dat over de vroegste geschiedenis van de aandelenhandel verhaalt, en werd vertaald in het Engels, Grieks, Chinees en Koreaans. In 2012 ontving Petram de D.J. Veegensprijs voor historisch onderzoek met grote actualiteitswaarde.

Samuël Kruizinga (1980) studeerde geschiedenis in Leiden, Oxford en aan de Sorbonne. Van hem verscheen bij Walburg Pers Overlegeconomie in Oorlogstijd

 

Klik hier voor meer (geschiedenis) boekentips

Meer nieuws

  • Interview Mar Oomen – Missievaders

    29 oktober 2020

    Tijdens de Maand van de Geschiedenis publiceren wij wekelijks over geschiedenisboeken. Wij hebben Mar Oomen geïnterviewd over haar boek Missievaders. In dit boek biedt zij een bijzonder perspectief o...

    Lees het hele bericht
  • Sebastiaan Chabot en Naoise Dolan bij Crossing Border Festival

    28 oktober 2020

    Op zaterdag 7 november zijn Sebastiaan Chabot en Naoise Dolan tijdens het Crossing Border Festival onderdeel van het online avondprogramma The Chronicles, het unieke jaarlijks terugkerende residentie...

    Lees het hele bericht

Leestips ontvangen?

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws over boeken, schrijvers en activiteiten? Meld je dan hier aan voor onze maandelijke nieuwsbrief.

Schrijf je in

Agenda