Interview met Caspar Janssen

Mei is de Maand van het Natuurboek. Tijdens deze feestelijke maand, georganiseerd door Uitgeverij Atlas Contact in samenwerking met talloze boekhandels in Nederland en Vlaanderen, is er volop aandacht voor het literaire natuurboek. Elke week spreken we een auteur. Op deze laatste mei-dag de vijfde en laatste uit de reeks: Caspar Janssen over zijn net verschenen boek Het bijenbalkon.

Caspar Janssen besloot in het vroege voorjaar van 2019 zijn kale stadsbalkon om te vormen tot een paradijs voor vlinders, bijen en andere beestjes. Dat leidde tot een leerzame en soms verbluffende ontdekkingsreis, op zijn eigen balkon, maar ook door de wereld van kwekers, potgrond, bijen- en vlinderplanten, insectenhotels, plantenpotten, vogels, buren en biologen. Het lukte hem een balkonjungle te creëren met honderden soorten beestjes, die zijn balkon opeens beschouwden als bron van voedsel en als ideale biotoop voor de voortplanting.

 

Insecten zijn (nog) niet bij iedereen even geliefd. Maar uit Het bijenbalkon spreekt een aanstekelijk enthousiasme voor ze.

Ik ben van ver gekomen maar kan me inmiddels, ik ben nu al zo’n tweeëneenhalf jaar met dit project bezig, niet meer voorstellen dat je iets tegen ze kan hebben. Ze vliegen en kruipen vredig rond. Wat je ziet bij veel mensen is dat ze wanneer ze zich in natuur gaan verdiepen beginnen bij de grote en spectaculaire dieren. Maar hoe meer je te weten komt hoe meer je ontdekt dat die kleine beestjes ook enorm belangrijk zijn. Misschien wel belangrijker. Ze vormen de basis van de voedselketen. Daarnaast hebben ze nog tal van andere nuttige functies als bestuiven, de bodem gezond houden en het afbreken van organisch afval.

 

Is je kijk op natuur veranderd door dit project?

Ja, althans: hij is verdiept. Ik schrijf al langere tijd over natuur in de Volkskrant en wist het een en ander over insecten, ook dat het er zo slecht voorstaat met ze. Maar dat waren abstracte noties. Hier op mijn balkon zie ik het allemaal gebeuren. Ik raakte meer en meer gefascineerd. Als je ze goed bestudeert blijken ze erg mooi te zijn, met vreemde kleuren en vreemde vormen.

 

Er blijkt een enorme variëteit aan soorten te zijn waar je makkelijk aan voorbij gaat.

Dat was het leuke aan dit project: ik raakte steeds meer thuis in de verschillen, kon ze steeds beter uit elkaar houden. In Nederland komen alleen al zo’n dertig hommelsoorten voor. Ik had onder andere Aard-, Steen-, Veld- en Tuinhommels op mijn balkon. De Steenhommel is mijn favoriet. Die is makkelijk te herkennen aan zijn knalrode kont. Ook bijzonder is bijvoorbeeld de Tuinbladsnijder, die behoort tot de zogeheten behangersbijen. Zij snijdt nagenoeg perfecte cirkeltjes uit blad. Die stukjes rolt ze op en daar legt ze haar eitjes in.

Op mijn balkon heb ik zo’n 200 soorten gedetermineerd. En je kan er gerust vanuit gaan dat dat maar ongeveer de helft van het totaal aantal soorten is. En dat midden in de stad hè.

 

Dat lijkt me goed nieuws. Tegelijkertijd hoor je zoals jij al noemde veel alarmerende berichten over de insectenstand.

Het verhaal heeft twee kanten. Zo’n project als het mijne pakt goed uit en dat is fraai en hoopgevend. Je ziet sowieso dat het in de stad heel redelijk gaat met insecten. Tegelijkertijd speelt er zich een drama af op het platteland. Op het boerenland, dat ongeveer 60% van het Nederlands groengebied beslaat, is onder meer door intensieve landbouw en de bestrijdingsmiddelen die daarmee gepaard gaan het insectenbestand de afgelopen dertig jaar met grote sprongen achteruit gegaan, zowel qua soorten als in volume.

 

Is je boek een oproep tot actie?

Ja, dat was een van de redenen om te gaan schrijven. Ik ben geen activist, maar ik wilde wel laten zien: we kunnen ook zelf iets doen. Laten we nou in elk geval die tuinen en balkons gebruiken en insectvriendelijk maken. Ook wilde ik laten zien dat je niet zo veel nodig hebt om het te laten slagen. En dat het gewoon erg leuk is om met planten en insecten in de weer te zijn.

Verder blijft het wel zo: het zou nog mooier zijn als ons normale landschap gewoon weer vol zou staan met wilde planten. Ook als tip voor je eigen tuin of balkon: ‘gewone’, inheemse wilde planten werken heel goed, planten die ook in de berm groeien en vaak over het hoofd worden gezien. Zoals smeerwortel of dovenetel. Dat zijn geweldige planten voor bijen.

 

Tot slot, mei is de Maand van het Natuurboek – welke boeken over natuur lees je zelf graag?

Dave Goulson is een grote inspiratiebron. Zijn boeken staan in de goede traditie van Britse natuurschrijvers: goed geschreven, lichtvoetig en met humor en tegelijkertijd diep serieus. Ook De uitvinder van de natuur, over Alexander von Humboldt, van Andrea Wulf vond ik indrukwekkend. Het veldwerk dat Von Humboldt in de achttiende eeuw over de hele wereld heeft verricht is nog steeds van onschatbare waarde voor natuurbeleid en de Biologie in het algemeen.

Meer nieuws

  • ‘En niet bij machte’ van J.V. Neylen genomineerd voor Poëziedebuutprijs 2021

    14 juni 2021

    En niet bij machte van J.V. Neylen is genomineerd voor de Poëziedebuutprijs! De jury selecteerde vier dichters omwille van hun bijzondere poëziedebuut uit 2020. De laureaat van de Poëziedeb...

    Lees het hele bericht
  • Onno Aerden: ‘ik ben niet meer zo’n buitenkantmannetje’

    11 juni 2021

    Onno Aerden in gesprek met Rinskje Koelewijn in NRC over zijn nieuwe boek De kampvuurvraag. Vind het leven dat bij je past: ‘De diepste gesprekken (met jezelf of vrienden) heb je bij een zelfgest...

    Lees het hele bericht

Leestips ontvangen?

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws over boeken, schrijvers en activiteiten? Meld je dan hier aan voor onze maandelijke nieuwsbrief.

Schrijf je in

Agenda