10 vragen aan Jacky Kuiper
In Feniks blaast Jacky Kuiper de lezer omver met haar roman vol vrouwelijke veerkracht en de moed om wat giftig is lost te laten. Tegen het rauwe Amsterdam van de jaren negentig en verder, van Spanje tot Suriname, schrijft zij met een ritme dat meesleept en ontregelt.
1. Met welke auteur (dood of levend) zou je graag in gesprek willen gaan?
Met Federico García Lorca. Als literatuurnerd zou ik er natuurlijk heel veel willen
noemen (vooral vrouwen), maar Lorca steekt met kop en schouders boven veel uit in
mijn leven. Ik zou graag zijn stem willen horen, zijn visie op het leven als queer persoon
in het zeer progressieve Spanje van de jaren ’20. En ik zou ook heel graag zijn
schrijfboekjes willen zien. Zijn handschrift, hoe ze ruiken, hoe ze voelen. Het zou nu
natuurlijk ook kunnen, maar goed. Dan ruikt het vooral oud.
2. Wat is de beste openingsscène in een roman?
The Bell Jar, zonder enige twijfel. Ik hou zo van schrijvers die schrijven zoals het is.
Meestal hard, met een knal mijn romp in. In de eerste zin gaat het gelijk over de
elektrocutie van Julius en Ethel Rosenberg en wat de hoofdpersoon daarbij voelt en
denkt. Bam, je zit gelijk in het tijdsbeeld, in de wereld van Esther Greenwood. Alles
wordt in één alinea, met weinig woorden, ingekleurd. Sylvia Plath inspireert me dagelijks.
3. Aan welk boek kom je maar niet toe om te lezen?
Intempérie van Jesús Carrasco (Nederlandse vertaling: In de hitte). Hij ligt, zonder
overdrijven, al jaren op mijn stapel. Ik vind het soms moeilijk om boeken te lezen die
qua sfeer op mijn schrijven lijken als ik zelf aan het schrijven ben. En ik schrijf eigenlijk
altijd, zowel fysiek als in mijn hoofd.
4. Wat doe je als je helemaal vastloopt tijdens het schrijven?
In mijn allereerste schrijfcursus leerde Elke Geurts mij zitvlees te kweken. Ik kan
soms uren voor me uit kijken als ik niet op een passend woord kan komen. Als dat
niets oplevert ga ik op de vloer liggen en in het ergste geval zit ik in de douche met
de hardste straal op mijn kruin.
5. Welke zelfbedacht personage laat je niet meer los?
Ik heb een keer een verhaal geschreven over een vrouw die slachtoffer wordt van zeer
extreem huiselijk geweld. Haar man wordt op den duur jaloers op haar hond. Op een dag
eet ze soep en blijkt die man haar hond door de soep te hebben gedaan. Ik zie
het gezicht van die man nog vaak voor me.
6. Hoe ging het schrijfproces van Feniks?
Het was vooral een erg lang en onzeker proces. Ik ben volgende maand tien jaar geleden
begonnen en de versie die de wereld gaat leren kennen is de vijfde versie. Er zit
één hoofdstuk in dat in de eerste versie zat en het verhaal is ook wezenlijk anders dan
tien jaar geleden. En in het hele proces ben ik als mens ook zo veranderd en uit mijn
cocon gebarsten. Iets dat ik graag door wilde laten dreunen in mijn roman en wat
ik mijn hoofdpersoon op den duur ook gunde. Telkens als Eva een beslissing moest
nemen in het verhaal, koos ik het tegenovergestelde van wat ik had gedaan, om te
zien wat er dan was gebeurd. Ik heb als een vriendin op een afstand gekeken naar wat
ze deed, met buikpijn maar altijd met het idee haar niet te laten stikken en met de
hoop dat ze haar leven uiteindelijk vast zou grijpen. Anderhalf jaar geleden was mijn
ruwe versie af en stuurde ik het naar literair agent Maarten Boers en uitgever Sander
Blom met de gedachte: óf dit is echt vreselijk slecht, of dit is vreselijk goed. Het bleek
het laatste want Maarten wilde graag mijn agent worden en mijn droom om bij Atlas
Contact uitgegeven te worden is werkelijkheid geworden.
7. Welke tip zou je een aspirant-schrijver willen meegeven? Of: Hoe ben je bij je
uitgeverij terechtgekomen?
Hou vol! Op het moment dat je denkt dat het nooit gaat lukken moet je gas geven. Ja,
het is moeilijk en ja, er zijn maar weinig schrijvers die uitgegeven worden. Maar wie
zegt dat jij niet tot die kleine groep behoort? Wat heb je te verliezen?
8. Welk boek zou je opnieuw willen lezen?
Ik lees De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch vaak. Soms helemaal, soms
delen. Het is zo’n bijzonder en briljant boek.
9. Welk genre boeken lees je het liefst?
Literatuur en poëzie van over de hele wereld, het liefst in talen die ik kan lezen.
Spaanse literatuur is zo anders dan Nederlandse literatuur. Spaanse auteurs hebben,
logischerwijs, heel andere onderwerpen die ze bezighouden. De wereld die ze neerzetten
is anders, al is het alleen al om de natuur en de bergen. Maar ook Mario Vargas
Llosa is een van mijn favoriete auteurs. Het magisch-realisme uit Latijns-Amerika is
echt ongeëvenaard en jaloersmakend bijna. Ik heb als student het enorme privilege
gehad hem te mogen ontmoeten en ik koester de boeken die ik van hem heb.
Verder kan ik me ook verliezen in de boeken die ik voorlees aan mijn kinderen.
Ik vind het heerlijk om de kinderboeken te lezen die ik vroeger niet kreeg van mijn
ouders. Lezen was geen thema bij ons thuis. Dus Matilda, Koning van Katoren, Harry
Potter: het is voor mij allemaal heel lang heel nieuw geweest.
10. Wie zou een autobiografie moeten schrijven?
Adriaan van Dis, alstublieft. Ik bewonder deze man van top tot teen. Zijn levensloop
en manier van naar het leven kijken vind ik fascinerend en ik zou er echt werkelijk
alles over willen lezen.
Dit interview verscheen eerder in De Club van Echte Lezers, het magazine #13 (februari 2026)


