Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog leeft de zesjarige Irfan Orga in heerlijke welvaart in Istanbul. 's Ochtends wordt hij wakker gekust door zijn stralende moeder, die sinds haar huwelijk in totale afzondering leeft; 's middags wandelt hij met zijn grootvader, de laatste getooid met fez, naar het koffiehuis. Altijd is er de geur van de nabije zee en het geluid van de vogels in de tuin. De Eerste Wereldoorlog zorgt echter voor dramatische veranderingen in het gezin, dat nooit meer hetzelfde zal zijn. Dood en financieel verval heersten, de sultan werd afgezet en Turkije werd een republiek. De rode fez maakte plaats voor de stoffen pet en de familie zag zich gedwongen zich aan te passen aan een leven van onvoorstelbare armoede.
Dit boek beschrijft op huiveringwekkende, maar liefdevolle wijze de financiële en emotionele ondergang van een welgestelde Ottomaanse familie. Het ademt de sfeer van het Istanbul in de nadagen van het Ottomaanse Rijk. Het werk zit vol schitterende schetsen van het oude Turkse leven – zoals het rituele wekelijkse bezoek aan de hamam – en belicht de 'andere kant' van het verhaal van Gallipoli, de impact daarvan op één gezin en de transformatie van een natie. 'Aan de oevers van de Bosporus' is het onvergetelijke verhaal van de overlevingsstrijd van een Turkse familie.