Interview met Jan Brokken

Tijdens Nederland Leest publiceren wij wekelijks over geschiedenisboeken. Vandaag spreken we Jan Brokken over Het eiland van Jean Rhys. Het boek is het verslag van een zoektocht naar de wortels van een roman die diepe indruk op hem maakt: De wijde Sargassozee van Jean Rhys (1890-1979). Brokken bezocht het Caribische eiland Dominica waar Rhys haar jeugd doorbracht en raakte steeds meer in de ban van de roman die gezien wordt als haar meesterwerk. Hij onderzocht de achtergronden, de liefdesaffaires, raciale conflicten, de slavenopstanden en de verwoesting van familieplantage Geneva. Er ontvouwt zich langzaam maar zeker een indringend beeld van het eiland, van Jean Rhys en van de bronnen van haar schrijverschap.
Door: Siard Nicolaï

 

U beschrijft uw kennismaking met De wijde Sargassozee als een min of meer toevallige. Hoe ging dat en waardoor werd u zo gegrepen?
Ik zat in het vliegtuig richting de Cariben en raakte aan de praat met de persoon naast me. Zij vertelde mij over het boek. Ze citeerde uit het boek: ‘Te veel blauw, te veel purper, te veel groen. De bloemen te rood, de bergen te hoog, de heuvels te dichtbij.’ Ik dacht: iemand die zo schrijft, zo geconcentreerd en gecondenseerd, dat moet interessant zijn.

Kort daarop scheepte ik in op een vrachtschip dat door het Caribisch gebied zou varen, daar had ik alle tijd om te lezen dus ik had De wijde Sargassozee meegenomen. Het greep me meteen. Dat vrachtschip voer van Martinique naar Guadeloupe. We kwamen langs Dominica. Ik zag het eiland met zijn enorm hoge bergen steil uit de zee oprijzen. Toen viel dat citaat me weer in. Ik ging daar aan wal en kwam daar te spreken met de minister-president van Dominica. Ik zei haar dat ik een boek had gelezen dat op Dominica speelde, toen heeft zij mij uitgenodigd om langere tijd op het eiland langs te komen. Zo is mijn fascinatie voor Jean Rhys en het eiland begonnen.

 

‘Schoonheid en geweld, schoonheid en verval’ – deze uitspraak van Jean Rhys komt vaak terug in uw boek. Deze dubbelzinnige relatie met Dominica lijkt tijdens uw verblijf ook op u over te slaan. Waardoor is die band met Dominica er een van haat en liefde?
Er is geen Caribisch eiland dat qua natuur mooier is dan Dominica: de geuren, de kleuren, de wildheid. Ter illustratie van die wildheid: voor mijn tweede verblijf op Dominica arriveerde ik per vliegtuig. Er is daar door het bergachtige landschap nauwelijks plek voor een landingsbaan, dus die is heel kort. Ik was geland, had een auto gehuurd en ik reed langs het vliegveld richting mijn hotel. Vanuit de auto zag ik een volgend vliegtuigje aankomen maar die landde te laat op de landingsbaan en schoot zo door, de zee in…

Jean Rhys hield ontzettend van Dominica. Het is de plek van haar vroegste jeugd, ze heeft daar tot haar zeventiende gewoond. Maar haar band met het eiland was inderdaad complex, mede door haar huidskleur. Ze kwam uit een familie van witte plantagehouders en ze had het verval van die plantages meegemaakt. Ze had last van een schuldgevoel omdat ze uit de bevolkingsgroep van heren en meesters kwam. Zelf kon ze heel erg negatief zijn over de lokale bevolking van Dominica maar als iemand anders iets negatiefs over ‘de zwarten’ zei reageerde ze als door een wesp gestoken. Jean Rhys heeft vaak gezegd: ik had zwart willen zijn. ‘Want zwart zijn is warm zijn, is hartelijk zijn.’ Ook betekende het voor haar dat je meer deel uitmaakt van het eiland, de blanken zag zij als indringers.

 

Waarom is Jean Rhys niet haar hele leven op Dominica gebleven?
Op haar zeventiende is Jean Rhys weggestuurd, naar Engeland. Een van de redenen dat ik Het eiland van Jean Rhys schreef is dat ik erachter wilde komen waarom dit is gebeurd. Door mijn verblijf en de gesprekken met de mensen op het eiland ben ik erachter gekomen dat zij weg moest omdat zij een verhouding had met een donkere jongen die op de plantage van haar familie werkte. Haar vader was van oorsprong geen plantagehouder maar dokter en een liberale man. Maar we hebben het nu over 1906, de scheiding tussen bevolkingsgroepen was nog zo groot en dit was hem zelfs te gortig. Haar ‘verbanning’ naar Engeland heeft bij Rhys voor een levenslange verbittering gezorgd.

 

De eerste versie van uw boek verscheen in 1992, vijf jaar later verscheen een nieuwe versie. En nu, bijna dertig jaar later, is er weer een heruitgave. Net als het boek waarover u schrijft heeft dit boek misschien ook iets tijdloos. Waar zit dat hem in?

Er is onlangs een mooie Nederlandse vertaling van Wide Sargasso Sea verschenen, dat was een aanleiding om ook dit boek weer op te pakken. Het is interessant om te zien dat er steeds voor een ander thema aandacht is. De eerste keer dat het verscheen ging het in de kritieken vooral over het feit dat Rhys een vrouw is en dat het de hoogste tijd was dat zij eindelijk de aandacht kreeg die ze verdiende. De tweede versie kwam tegelijkertijd met de film They Destroyed all the Roses uit, een film over Jean Rhys die ik maakte met Jan Louter. Toen kwamen vooral haar levensverhaal en de geschiedenis van het eiland aan bod.

En nu, drieëntwintig jaar later, ligt de focus op de thema’s slavernij en dekolonisatie. Ik denk dat een roman met een historische achtergrond meer over de geschiedenis kan vertellen dan een geschiedkundige studie. De romanschrijver laat duidelijk zien wat bepaalde historische processen en gebeurtenissen voor gevolgen hebben voor individuen. Als dat goed is gedaan ga je het heel erg voelen. De wijde Sargassozee is daar een illuster voorbeeld van. Alles wat met slavernij te maken heeft, ook hoe het lang na de afschaffing ervan nog doorwerkt, komt erin naar voren.

Ik denk dat dit de definitieve versie van mijn boek is, maar je weet het maar nooit. Ik ben in elk geval altijd in de ban van Jean Rhys gebleven.

 

U hebt veel historische boeken geschreven, en over uiteenlopende periodes. Als u één periode mag kiezen waar u zelf rond kan lopen, welke zou dat zijn?

Aan het einde van de Verlichting, eind achttiende eeuw. Ik ben gegrepen door Goethes reis naar Italië, in 1787. Ik had graag in die tijd daar gereisd. De wereld stond toen op het punt ingrijpend te veranderen. Een oude wereld ging ten onder, de feodale, en een nieuwe stond op het punt aan te breken: de tijd van de burger. Dat gevoel dat er iets nieuws ophanden is, dat zijn altijd ongelooflijk interessante perioden in de geschiedenis.

Fragment

Een man hield ons aan. Grijs kroeshaar. Nog twee tanden in de mond. Kuilen in plaats van wangen. Gitzwart vel over knokige beenderen. Uitgemergeld door de levenslange arbeid op de bananenplantages. Hij reed een paar kilometer met ons mee, de lange steile heuvel af die hij die avond na het werk weer zou moeten beklimmen. Toen we bijna beneden waren, zei hij in een mengeling van Engels en patois tegen Mr. Royce: ‘Ik begrijp niet waarom je toeristen meeneemt naar dit soort streken.’ Hij mocht direct uitstappen.
Diep beneden ons doemde de baai op; tijdens de laatste kilometer van de afdaling remde Mr. Royce voor iedere bocht. Wai tukubuli noemden de indianen het eiland, ‘fors is haar lichaam’, en aan dat lichaam moest je je soms vastklampen, wilde je er niet in vliegende vaart af glijden. We staken een rivier over en sloegen direct na de brug links af, zoals op de plattegrond stond aangegeven. Een brede laan die ooit geflankeerd werd door koningspalmen. Een paar fundamenten waarop struiken groeiden. De restanten van Geneva Estate.
Ik stapte uit, liep naar de voorste ruïne, legde mijn hand op een van de stenen, liet mijn vingers langs de mortel schuren en voelde de specie van Wide Sargasso Sea. Was ik te plechtig? Beslist. Maar in de schaduw van deze bemoste stenen had Jean Rhys als kind gespeeld, onder deze doornige struiken had ze naar de verhalen over vroegere opstanden geluisterd, zonder deze ruïne was de roman niet geschreven.
Mr. Royce wenkte en riep: ‘Je zocht toch een huis?’ Ik zocht naar een huis en ik zocht naar nog iets, naar een bepaalde sfeer, de sfeer van verlatenheid en verval, van ondergang, naar al die indrukken die een meisje hadden gevormd, die haar bang en onzeker hadden gemaakt, die haar verbeelding in werking hadden gezet.
Ik liep naar een andere ruïne en hoorde het gejoel van mannen en vrouwen en kinderen die vastbesloten waren hun gram te halen. Ik zag dikke rookwolken bij een door lianen overwoekerde muur. Ik zag het zwarte meisje Tia met een steen in haar hand en het witte meisje Antoinette dat van de stoep van het plantershuis sprong en op haar af holde. Ze hadden van hetzelfde voedsel gegeten, in hetzelfde bed geslapen, in dezelfde rivier gebaad; ze hoorden bij elkaar, twee vriendinnen, de ene wit, de andere zwart, en van het ene op het andere moment stonden ze als vijanden tegenover elkaar. Antoinette wilde dat nog niet direct aanvaarden, ze holde naar Tia en zag de steen op zich afkomen. Bloed op haar gezicht, tranen op dat van Tia; ze keek haar vriendin aan en het was alsof ze zichzelf zag, in een spiegel.

Een scène uit Wide Sargasso Sea. Het soort beelden dat Jean Rhys aan deze plek had overgehouden.

 

Over de auteur

Jan Brokken (1949) is schrijver van romans, reisverhalen en literaire non-fictie. Hij debuteerde met De provincie en schreef onder andere Mata Hari – de ware en de legende, De regenvogel, De blinde passagiers, De droevige kampioen, Mijn kleine waanzin, Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin en In het huis van de dichter. Veel van zijn romans zijn in diverse talen vertaald en verfilmd. Als schrijver heeft hij internationale faam verworven – The New York Times prees Jungle Rudy als een meesterwerk van verhalende non-fictie.

Meer nieuws

  • Liang de Beer en Rudya Melim winnaars van de eerste Anton de Kom-schrijfwedstrijd

    15 oktober 2021

    Zojuist is bekend gemaakt dat Liang de Beer en Rudya Melim de winnaars zijn van de eerste Anton de Kom-schrijfwedstrijd, georganiseerd door The Black Archives, Stichting Anton de Kom en uitgeverij Atl...

    Lees het hele bericht
  • ‘Mijn lieve gunsteling’ van Marieke Lucas Rijneveld wint de Tzum-prijs 2021

    15 oktober 2021

    Marieke Lucas Rijneveld heeft de Tzum-prijs 2021 gewonnen met de zin: 'Lieve gunsteling, ik zeg het je maar meteen: ik had je in dat steilorige hoogseizoen als een zweer met een hoefmes uit de klauwl...

    Lees het hele bericht

Leestips ontvangen?

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws over boeken, schrijvers en activiteiten? Meld je dan hier aan voor onze maandelijke nieuwsbrief.

Schrijf je in

Agenda