Wenen, ergens in de negentiende eeuw. De sjah van Perzië bezoekt de stad en laat zijn oog vallen op een mooie gravin, en wenst haar te bezitten voor één nacht. Een eis die niet haalbaar is voor de hofhouding, dus men verzint een list. De jonge Mizzi Schinagl, een meisje van plezier en de minnares van baron Taittinger, toont een gelijkenis met de gravin en zal in haar plaats een nacht doorbrengen met de sjah van Perzië.
De sjah laat haar rijkelijk belonen, maar dat geschenk staat aan het begin van een reeks dramatische gebeurtenissen die Mizzi en haar minnaar baron Taittinger in zijn stroom meesleuren.
In prachtige taal en beelden beschrijft Joseph Roth nog eenmaal zijn geliefde oude Habsburgse monarchie en schetst met een mengeling van intellectuele scepsis, ironie en kinderlijke goedgelovigheid haar onstuitbare ondergang. Dit postuum gepubliceerde verhaal was het laatste dat hij schreef voor zijn dood.
'Met de hem zo eigen zwier en inlevingsvermogen tekent Joseph Roth de sfeer binnen de Habsburgse monarcie, een aanpak die trouwens heel direct herinnert aan zijn meesterwerk ‘Radetzymars’. (...) Het garandeert een stevige brok lectuur die van begin tot eind weet te boeien.'